MKA


Kaakchirurgie in
Enschedemsten Almelozgt

 

K. Beld klein.jpg

Botopbouw

Een botopbouw is in voorkomende gevallen een vereiste om wortelimplantaten te kunnen plaatsen. Deze implantaten kunnen nodig zijn om een gebitsprothese houvast te geven of om een kroon- en/of brug te plaatsen. Na het trekken van een tand of kies gaat namelijk kaakbot verloren. Een botreconstructie kan dan noodzakelijk zijn om het plaatsen van het tandheelkundige implantaat mogelijk te maken.

Met behulp van eigen bot of botvervangers wordt de kaak weer opgebouwd. Na een periode van drie à vier maanden heeft dit bot zich voldoende ontwikkeld en kunnen implantaten worden geplaatst.

 

Implantaten zijn uitermate geschikt voor het vervangen van één of meerdere tanden of kiezen of om houvast te geven aan een kunstgebit. Om implantaten echter succesvol te kunnen plaatsen is een bepaald botvolume noodzakelijk. Wanneer de eigen tanden en kiezen verloren zijn gegaan slinkt op die plaatsen het kaakbot in hoogte en in dikte. Als het bot te smal of te laag is voor het plaatsen van een implantaat, moet eerst de kaak worden verbreed of verhoogd met een bottransplantaat om zodoende voldoende volume te krijgen voor het aan te brengen implantaat.
Autologe botopbouw (eigen bot van de patiënt)

Het beste materiaal om het bot op te bouwen is uiteraard het eigen bot van de patiënt. Dit kan door het verplaatsen van een stukje eigen bot naar de plaats waar het implantaat moet komen. Het bot kan worden verkregen vanuit de kin of bij de verstandskies. Als er nog meer bot nodig is dan kan dit niet meer worden gevonden in de mond en moet er bijvoorbeeld worden uitgeweken naar de bekkenkam.

Alloplastische botopbouw (kunstbot)

Als alternatief voor eigen bot is het ook mogelijk om kunstbot te gebruiken. Dit is minder natuurlijk dan het eigen bot van de patiënt maar ook hiermee kunnen in geselecteerde gevallen goede resultaten worden bereikt.

Er zijn twee belangrijke typen botmaterialen: de synthetische materialen, geheel in de fabriek gemaakt, en de materialen die uit menselijk of dierlijk bot worden gemaakt. Door de productiemethoden wordt bij de tweede soort het natuurlijke bot ontdaan van alle lichaamseigen stoffen en blijven alleen de mineralen uit het bot over. De synthetische materialen worden geheel chemisch geproduceerd en komen nooit in aanraking met menselijk of dierlijk materiaal.

Als slechts één tand moet worden vervangen en er onvoldoende bot in hoogte en breedte aanwezig is voor het plaatsen van een implantaat kan het defect meestal worden opgevuld met een bottransplantaat uit de mondholte zoals uit de kin of verstandskiesregio. Deze ingreep kan, in overleg met de MKA-chirurg, zowel onder plaatselijke verdoving als onder narcose worden uitgevoerd.

In de bovenkaak komt het veelvuldig voor dat er niet voldoende kaakbot aanwezig om implantaten te kunnen aanbrengen. Vaak is er namelijk sprake van een sterk geslonken kaakwal in combinatie met een grote luchthoudende sinus (kaakholte).

Er bestaat echter de mogelijkheid om zowel de bodem van de kaakholte te verhogen als de kaak te verbreden. Na een dergelijke ingreep (sinuslifting), kunnen wel implantaten geplaatst worden in deze kaakdelen. Bij deze ingreep wordt uit de bekkenkam een stuk bot getransplanteerd naar de kaak.

Een extreem geslonken onderkaak kan ook met een bottransplantaat uit de bekkenkam worden gereconstrueerd. Na het verhogen van de kaak is het dan mogelijk om implantaten te plaatsen.

In sommige gevallen kunnen implantaten direct in combinatie met de botopbouw worden geplaatst. In de meeste gevallen is het echter nodig dat het getransplanteerde bot eerst volledig vastgroeit. Vier maanden na de botopbouw worden dan de implantaten geplaatst.

De te verwachten nabezwaren zijn sterk afhankelijk van de uitgevoerde behandeling.

Transplanteren van bot uit de bekkenkam

Transplanteren van bot uit de bekkenkam gebeurt altijd onder narcose. U wordt hiervoor opgenomen in het ziekenhuis. De duur van de opname varieert van twee tot vijf dagen. De meeste mensen hebben na de operatie nauwelijks last van pijn in de mond. Een beetje keelpijn komt voor.

Na de operatie is het gezicht (erg) gezwollen. De zwelling wordt meestal na drie dagen snel minder. Als gevolg van het transplanteren van bot uit de bekkenkam gaat het lopen in het begin meestal moeizaam. Na enige weken is dit weer normaal.

Transplanteren van bot uit de kin of verstandskiesregio

Het oogsten van bot uit de kin of verstandskiesregio verloopt meestal poliklinisch.

De eerste 6 uur na de ingreep moet u niet eten en geen zeer warme of zeer koude dranken gebruiken.

Tevens mag u de eerste 24 uur de mond niet schoonspoelen. Na deze eerste dag dient u de mond gedurende een week te spoelen met het voorgeschreven mondspoelmiddel.

Na de behandeling is het normaal dat u pijn krijgt. U kunt de pijn bestrijden met de voorgeschreven pijnstillers. De plaatselijke verdoving is na 2 tot 4 uur uitgewerkt. Het is raadzaam om de eerste dagen de pijnstillers volgens voorschrift te gebruiken. Een dikke wang, een blauwgele verkleuring en een verminderde mondopening zijn normaal. Deze klachten nemen na 3 tot 5 dagen weer af.

Wondgenezing

Essentieel is dat na de operatie een goede genezing van de wond plaats vindt. Als dat niet het geval is en er toch een ontsteking ontstaat, kan een dergelijke ontsteking leiden tot (gedeeltelijk) verlies van het bottransplantaat. Een goede mondhygiëne is daarom zeer belangrijk. Tevens zullen meestal antibiotica worden voorgeschreven. Roken heeft een negatieve invloed op de wondgenezing. Het is daarom verstandig voor een botopbouw te stoppen met roken.

Adres ZGT Almelo: Zilvermeeuw 1. Adres MST Enschede: Haaksbergerstraat 55, zie ook Contactgegevens.

Website door YOUmla